Afname van stamcellen uit beenmerg

Beenmerg was oorspronkelijk de enige bron van stamcellen voor transplantatie.

Sinds enkele jaren gebruikt men voor transplantatie ook stamcellen uit het bloed in plaats van uit het beenmerg. Het voordeel voor de donor is dat hiervoor geen algemene verdoving nodig is. Stamcellen kunnen ook uit navelstrengbloed van pasgeboren baby’s gehaald worden.

Hoe wordt beenmerg afgenomen?

Pijnloos onder algemene verdoving

De afname van beenmerg gebeurt onder algemene verdoving. Een variabele hoeveelheid (meestal 1 tot maximum 1,5 liter) van een mengsel van bloed en beenmerg wordt opgezogen met een naald uit de beenderen van het bekken (achterste bekkenvleugels, soms de voorste bekkenkam) en/of het borstbeen. Er wordt 1 tot 5% van het totale beenmerg van de donor afgenomen.

Kort verblijf in het ziekenhuis

De donor wordt de dag voor de afname in het ziekenhuis opgenomen. Hij verlaat het ziekenhuis de dag na de afname. Hij voelt zich de eerste dag soms nog moe, misselijk en slap. Wat ook vaak voorkomt, is stijfheid op de plaats waar geprikt werd.
 
Gedurende de maand voorafgaand aan de beenmergafname worden er ook een tot drie zakjes bloed afgenomen van de donor. Tijdens de beenmergafname worden deze opnieuw toegediend. Zo wordt het volume van het afgenomen beenmerg gecompenseerd.